menu

De sociale hoofdwet 

Achtergronden

De sociale hoofdwet:

In de sociale hoofdwet beschrijft Rudolf Steiner een toekomstgerichte economische ontwikkeling waarin hij een verband beschrijft tussen altruïsme en welzijn: hoe meer mensen niet voor zichzelf maar voor elkaar zorgen - en de wederzijdse afhanke-lijkheid daarin respecteren - hoe groter het welzijn van alle betrokkenen kan worden.

Dit gegeven, dat in het sociale leven een ‘wetmatigheid’ vormt, is ook in brede zin maar in het bijzonder in de economie van belang.

“Het welzijn van een geheel van samenwerkende mensen is des te groter, naarmate de enkeling minder aanspraak maakt op het resultaat van zijn prestaties, dat wil zeggen naarmate hij meer daarvan aan zijn medewerkers afstaat en naarmate meer van zijn behoeften niet uit eigen prestaties, doch door de prestaties van anderen worden bevredigd.”

In de praktijk:

Door het principe van de arbeidsdeling geldt voor de meeste in de economie werkzame mensen dat zij feitelijk niet voor zichzelf kunnen werken. Veel mensen zorgen tijdens hun werk voor een klein stukje van de totale prestaties die aan klanten worden geleverd. Zij kunnen dan niet anders dan voor ‘de andere mens’ werken. De sociale hoofdwet roept op om deze feitelijkheid te erkennen, de wederzijdse afhankelijkheid te aanvaarden en als gezonde basis voor het menselijke samenleven te nemen.Het is belangrijk om het werken ten behoeve van de andere mens ook als motief op te nemen. Dan kan de illusie worden doorzien, dat mensen voor zichzelf zouden werken. Wanneer iemand zegt voor zichzelf te werken, dan bedoelt hij meestal dat hij voor zijn eigen inkomen werkt. Het werk doet hij echter meestal voor iemand anders, een klant. Een volgende stap is om ook te doorzien dat een mens zijn inkomen niet voor zichzelf verdient. Zo'n inkomen dient er tenslotte voor om weer uit te geven aan anderen, die prestaties het economisch leven inbrengen. Dus zowel met zijn werkzaamheden als ook met zijn geld-handelingen maakt elke mens deel uit van een veel grotere gemeenschap. Door daar meer bewustzijn van te ontwikkelen wordt het mogelijk om dat handelen meer in overeenstemming te brengen met algemeen menselijke waarden. Dat is iets wat de meeste mensen toch eigenlijk wel willen.

Het loskoppelen van arbeid en inkomen is een stap die in overeenstemming is met de werking van de sociale hoofdwet. Dat is nodig, omdat het inkomen van mensen toch heel anders beoordeeld moet worden dan zijn werkzaamheden. Zijn inkomen moet passen in een groter geheel van geldprocessen, terwijl zijn werk moet passen in een groter geheel van werkzaamheden. Een mens verricht zijn werkzaamheden om bij te dragen aan een groot geheel van werkzaamheden waarvan hij deel uitmaakt en zet daarbij zijn capaciteiten in. Doordat anderen dat ook doen kan het geheel tot stand worden gebracht. Het inkomen wat een mens nodig heeft moet zo hoog zijn, dat hij aan zijn eigen behoeften kan voldoen, plus de behoeften van de mensen die direct van hem afhankelijk zijn. Door het geld zo onder elkaar te verdelen kan ieder lid van die gemeenschap op menswaardige wijze bestaan, zonder de maatschappij om hen heen tekort te doen.

Het werken in loondienst verhindert het zicht op deze realiteit, doordat schijn-redeneringen in plaats gesteld worden van deze werkelijkheden. Dan wordt het inkomen afhankelijk gesteld van het werk wat iemand doet en wordt omgekeerd het werk wat iemand toebedeeld krijgt ook afhankelijk gesteld van het inkomen dat hij heeft toebedeeld gekregen. In die schijnredeneringen raken mensen overspannen, worden ongelukkig in hun werk en ongelukkig omdat de een zijn behoeften niet kan vervullen terwijl de ander niet weet wat hij met zijn geld moet doen. Daarom streven de Sleipnirbedrijven ernaar zoveel mogelijk met mede-ondernemers (vennoten) te werken. De vennoten bepalen onderling hoe ze de werkzaamheden verdelen en hoe ze de winst verdelen.

Bij de verdeling van het bedrijfsresultaat bestaan ook afspraken tussen de vennoten en Stichting Sleipnir als stille vennoot. Daarbij kunnen de hier beschreven achtergronden, persoonlijke omstandigheden en behoeften een rol spelen. Via stichting Sleipnir spelen de mogelijkheden van de onderneming en onderlinge solidariteit tussen de Sleipnirbedrijven ook een rol.