menu

Associatieve economie 

Economie gebaseerd op samenwerken

We zijn zo geconditioneerd op het concurrentie-principe in de economie, dat we ons nauwelijks kunnen voorstellen dat samenwerken ook een optie is. Bij concurrentie gaat het om het veroveren van de macht. Dat rust ergens op het recht van de sterkste. Het is de vraag of dit een werkbaar gezichtspunt is voor de toekomst van de economie. Immers bij het onderzoeken wie de sterkste is, gaat altijd veel tijd, energie en kapitaal verloren en worden eenzijdigheden uitvergroot.

In de economie gaat het er uiteindelijk om dat waardeschepping tot stand komt. Waarde ontstaat wanneer de ene mens iets voor de ander kan betekenen. Dat is waardevol en dat is tegelijk al een vorm van samenwerken. Het gaat dan om het samenwerken tussen klanten, handel en producenten.

Natuurlijk is het geen goede optie wanneer een producent alleen maar moet uitproberen wat klanten al of niet willen hebben. Tegeljkertijd is het ook niet zo gemakkelijk om met consumenten in gesprek te komen, vooral niet wanneer het gaat over iets wat ze nog niet kennen. Economie gaat over kunnen, willen en gebruiken. Overleg kan daar tekort schieten, omdat onbekend nu eenmaal onbemind maakt.

In een keten kunnen producenten, handelaars en consumenten toch wel degelijk samenwerken. Het komt er dan op neer dat er wederzijds respect aanwezig is en wederzijdse interesse. Wanneer een producent iets maakt voor een consument, moet hij er niet tevreden mee zijn, wanneer het product verkocht is. Hij moet nieuwsgierig blijven naar hoe het de consument verder vergaat. Werkt het product echt zoals gedacht of ontstaan er verrassingen bij het gebruik? Ook de consument moet geïnteresseerd zijn en blijven in de producent. Niet alleen moet hij tevreden zijn met het product op zich, maar hij kan zich ook afvragen hoe het nu verder gaat met de producent. Wordt deze rijk of gaat hij failliet? Kan hij produceren met respect voor het milieu en respect voor zijn medewerkers en toeleveranciers, of worden deze uitgebuit of vergiftigd?

In een overleg waarin de drie deelnemers aan het economisch proces worden afgevaardigd, kunnen vraagstukken aan de orde worden gesteld, die alleen in een samenwerking kunnen worden opgelost. Dat overleg heeft dan wel consequenties.

Wanneer de producent uiteindelijk alleen in winst geïnteresserd is, zal het overleg niet veel opleveren. Wanneer de handel niet bereid is om transparant te zijn en informatie door te geven van producent naar consument en omgekeerd, heeft overleg niet zo veel zin. Wanneer de consument alleen geïnteresseerd is in zijn vrijheid en goedkoop, dan kan hij aan het overleg niet veel bijdragen.

Wordt het overleg goed gevoerd, dan zal blijken dat de deelnemende mensen niet alleen op hun economisch functioneren worden aangesproken. In dat overleg worden ze medemensen. Medemensen met behoeften en met capaciteiten. Mensen met denkbeelden, idealen en realisme. Wanneer dat wordt aangesproken, worden de samenwerkingsverbanden gemeenschappen met doelstellingen en resultaten.

Dat is wat Rudolf Steiner heeft bedoeld met het inrichten van associaties. Associaties zijn de samenwerkingsverbanden die met succes economische vraagstukken kunnen aanpakken. Binnen associaties kunnen mensen tot hun recht komen en kan kapitaal op een goede manier worden ingezet. Daar kun je spreken van gemeenschapsvorming, gezamenlik vermogen en gezamenlijk bereikte resultaten. Dat vraagt er dan wel om dat mensen over hun eigen grenzen heen kunnen kijken, dingen willen onderzoeken en zich willen inzetten voor een betere wereld.